‘Bokrijk confronteert ons met wat architectuur zou moeten zijn’ in Dada Magazine – #01 – oktober 2016

dada-coverDe historische gebouwen van Bokrijk verbeeldden het leven tussen de zeventiende eeuw en 1973. Curator Bart Lens vroeg vier kunstenaars om hun visie op de toekomst van het openluchtmuseum. Architectuurfotograaf Filip Dujardin creëert in zijn beeldmontages surreële gebouwen. In zijn atelier prijken twee beeldschermen: links Photoshop, rechts het architectuurprogramma SketchUp. Dujardin is een atypische fotograaf.

Achtereenvolgens gaan vier vakmensen aan het werk om ‘een Bokrijk in verandering’ aan te kondigen. Luc Schuiten, Kamagurka, Sanny Winters en als eerste in de rij architectuurfotograaf Filip Dujardin. Via het project ‘Bokrijk Brandmerkt’ (BKRK) zal Bokrijk de volgende jaren vakmanschap van vandaag, gisteren en morgen op een eigentijdse manier ontsluiten in het Openluchtmuseum, en dit samen met sterke partners.

“Ik ben een randfiguur. Vaak weet ik zelf niet wat ik ben, ik voel me meer en meer kunstenaar in plaats van fotograaf,” begint Filip Dujardin.

Kende je Bokrijk voor Bart Lens (architect en curator voor Bokrijk Brandmerkt nvdr.) je contacteerde?

Wie niet? Ik ben er vroeger geweest, en nu ik terug was viel het op hoe het een museum van een museum is geworden: een getuige van een verdwenen manier van tentoonstellen. Bokrijk geloofde in een maakbare wereld, waar je de werkelijkheid kan namaken door de dingen te verplaatsen. Dat is een charmante naïeve gedachte die eigen is aan een tijdperk. Bokrijk is voor veel mensen herkenbaar, tot het emotionele toe. Dat heb ik goed gevoeld. We komen uit de klei, en die klei zit nog altijd in ons. Dat zal dan typisch Vlaams zijn.

Een open archiefkast

Hoe begin je aan een constructie als dit?

Ik mocht rondlopen in het museum als het gesloten was en heb alles op één dag gefotografeerd. Dat was een unieke ervaring. Er zit een authenticiteit en eerlijkheid in die in hedendaagse architectuur niet meer bestaat. Kijk naar dat houtskelet en die grillige vakwerkbouw.

Daarmee heb ik een torenconstructie ontworpen die atypisch is voor Bokrijk. Er zit evolutie in van traditioneel naar haast abstract. Bovenaan is er een openheid waarop verder kan gebouwd worden. Ik had het gebouw aanvankelijk afgemaakt met een rieten dak. Als eenmalige passant was ik verblind door die honderden daken, maar dan zet je er letterlijk een stolp over en is het gebouw af. Nu is er ruimte voor de toekomst.

Ik wil het architectonische verleden samenbrengen, zonder dat het een educatief plaatje wordt. Er was bijna discussie dat ik er een soort archiefkast van gemaakt had. Dat klopt wel een beetje, maar het is een open archiefkast.

Bokrijk kiest voor vakmanschap?

De computer is geen vakmanschap, dat kan iedereen leren. Maar je moet over een eerste moeizame stap raken. Daarna wordt het leuk: personen in en rond het gebouw plaatsen en details toevoegen. Ik zoek actief naar verschillende kleuren. Elke kleur komt uit een gefotografeerd gebouw. Het is belangijk om je perspectieven juist te hebben. In het begin deed ik dat met legoblokjes. Nu maak ik alle perspectieven en structuren in het architectuurprogramma SketchUp. Daarna vul ik elk vakje met fotomateriaal. Er zit een soort traagheid in: het is een traag proces.

Is traagheid een essentieel kenmerk van een vakmanschap?

Niet alle vakmanschappen zijn traag. Het tekenen van Kamagurka is een vlugheid. Ik probeer er een soort gelaagdheid in te steken, letterlijk en figuurlijk. Dat is waarschijnlijk het ambachtelijke aspect.

Het interessante is dat ik op mijn stappen kan terugkeren. Ik kan opnieuw beginnen tot het goed zit. Dat is een groot verschil met de meeste vakmanschappen. Een klomp die niet goed gesneden is, kan je moeilijk corrigeren.

dadamagazine_01_p-52-55

De relativerende factor

Waarom blijft Bokrijk relevant?

Volgens mij word je in Bokrijk geconfronteerd met wat architectuur zou moeten zijn. Hedendaagse bouwkunst werkt met dezelfde typologieën: alle gebouwen moeten een draagstructuur hebben, die vallen ook om zonder windverbanden. Is het geen hout, dan is het beton of staal. De essentie – het oerbouwen – zie je daar nog.

Waarom koos je in je constructie voor een houtskelet?

Hout is nog steeds actueel, in China maken ze zelfs wolkenkrabbers in bamboe. Ik wilde  en sculptuur maken, geen functioneel gebouw. Ik wil de fantasie aanwakkeren bij mensen. Dit gebouw moet een onvervulde droom zijn die mensen in werkelijkheid willen zien. Het heeft een aantrekkelijkheid, je wilt er in wandelen.

Dat heeft gewerkt. Veel mensen gaan het gebouw effectief zoeken.

Dan hebben de affiches gewerkt. Ik ga steeds voor een plausibiliteit, het is geen sciencefiction. Ik wil vermijden dat mensen zeggen: dit kan niet. Dat is anders dan bijvoorbeeld Luc Schuiten. Hij kiest voor het utopische, net over de grens van het haalbare. Bij mij is het echt. Pal voor mijn gebouw staat een ezel, en zelfs die ezel komt uit Bokrijk. Dat is de relativerende factor in het beeld.