‘Sing Street – Muzikale dromen’, op Filmmagie.be

logofilmmagie_0Weinig plaatsen zijn zo geestdodend voor creatieve tieners in de jaren tachtig als het conservatieve Synge Street School. Terwijl de priester-leerkrachten er alles aan doen om persoonlijke expressie in de kiem te smoren, ontdekt de wereldvreemde tiener Conor aan de andere kan van de schoolpoort het mysterieuze model in wording Raphina. Meteen besluit hij haar te veroveren op de beste manier waarop een ambitieuze tiener dat kan: hij richt een band op.
Sing Street is een ongecompliceerde, luchtige ontdekkingstocht door de wereld van postpunk en New Romantics. De schijnbaar moeiteloze manier waarop Conors band net ontdekte nummers transformeert naar eigen composities geeft de film een gemoedelijk aura. Dit is geen muziekfilm over zwoegende muzikanten. Het gaat over jonge gasten die de basiselementen van muziek onderzoeken en daar spontaan een oervorm van maken die hun groeiende persoonlijkheid samenvat. Dat is ook wat de film doet: onnodige ballast weglaten. Veel diepgaande emotie is er niet te vinden tussen Conor en Raphina; enkel eenvoudige gevoelens die uitdrukken waarnaar verwarde adolescenten snakken in een omgeving van scheidende ouders en brutale klasgenoten.
Bij eerste muzikale stappen horen videoclips. Dat Raphina als toekomstig model kan meespelen, is mooi meegenomen. Hun eerste video nemen de jongens op in de troosteloze straten van Dublin. Het amateuristische resultaat straalt de grote dromen uit van jongens die waarschijnlijk uiteindelijk terecht zullen komen in de belabberde economische werkelijkheid van de Ierse hoofdstad. Die terugval in de realiteit krijgt in de film vorm in Connors oudere broer Brendan. Hij zag lang geleden zijn muzikale dromen vervagen en kan dat moeilijk aanvaarden.
Regisseur John Carney is een krak in muzikale feelgoodfilms. Sing Street is zowat een dwarsdoorsnede van de muziekgeschiedenis uit de tweede helft van de jaren tachtig. Bands als Duran Duran en Spandau Ballet passeren de revue. Met Once haalde Carney in 2007 een Oscar voor beste soundtrack. Nu zal het zo’n vaart niet lopen. Toch vat de muziek het gevoel van blij verdriet dat The Cure indertijd zo groot maakte en deze film klein en kwetsbaar. Enkel het einde is jammer genoeg nogal ongeïnspireerd. Gelukkig blijft de sfeer lang genoeg nazinderen om thuis toch wat oude platen boven te halen.