‘Street Art aan de Molenbeekse kanaaloever’, in Openbaar Kunstbezit Vlaanderen – OKV-2016.2 – april-mei

logo nieuw2Dat Molenbeek de Gazastrook van Europa genoemd werd, zal niet aan de kanaalzone liggen. Die opgewaardeerde buurt heeft er een culturele trekpleister bij: het MIMA – Millenial Iconoclast Museum of Art.

De voormalige Belle-Vue-brouwerij aan de oevers van het kanaal Brussel-Charleroi herbergt sinds 2013 hotel Meininger. De opening van het MIMA vervolledigt de herbestemming van die historische industriële site. Het museum voor actuele kunst wil in dit fabriekspand met imposante bakstenen inkomhal het toevluchtsoord zijn voor kunst uit het nieuwe millennium. Vier ambitieuze initiatiefnemers staan er aan de wieg van. Michel en Florence de Launoit, die met Tourne Sol Production films, documentaires en theater produceren, zijn voorvechters van hokjesvrije cultuur die in het heden en de toekomst geworteld is. Zij zetten samen met Alice Van den Abeele en Raphaël Cruyt van galerij ALICE die visie in praktijk om.

Het MIMA brengt kunst uit de 2.0-cultuur. Dit laat zich het best uitleggen met een uitspraak van street artist Banksy: “Al wat je vandaag nodig hebt zijn ideeën en een internetverbinding. Voor het eerst in de geschiedenis behoort de kunstwereld toe aan het volk.” Internet zorgt er samen met goedkope luchtvaartmaatschappijen en mobiele telefonie voor dat grenzen vervagen. Daardoor wordt cultuur mobiel en mondiaal. Via het internet vinden kunstenaars rechtstreeks aansluiting met hun publiek, zonder tussenpersonen of bemiddelende instituten. De stad is een gratis openluchtmuseum waar iedereen in contact kan komen met street art en graffiti. Dit grenzeloze kosmopolitisme brengt het museum in beeld.

Grafische kunst, extreme sporten, stadskunst en geekcultuur visualiseren hier naast elkaar de verbeeldingswereld van de internetgeneratie. Hiphop, punkrock, design, skateboarding, film, strips, performance, tatoeagekunst en graffiti zijn evenwaardig vertegenwoordigd. Het MIMA omarmt kunstenaars en subculturen die moeilijk aan bod komen in de gevestigde kunstwereld en traditionele codes breken, maar toch een merkbare invloed hebben. Zo’n museum voor street art is uniek in Brussel, en bij uitbreiding Europa. De permanente collectie bestaat uit werk van Europese en Amerikaanse kunstenaars die een onuitwisbare stempel drukten op de 2.0-cultuur, zoals Escif, Katsu, Barry McGee, Ari Marcopoulos, Parra, Invader, Boris Tellegen en Fuzi UV TPK. Maar Cruyt wil 2.0-cultuur niet herleiden tot een aantal iconen. “Dat zou dom zijn. De internetgeneratie heeft geen gezicht, ze heeft er miljoenen. Dat het nu vooral Europese en Amerikaanse kunstenaars zijn, heeft vooral te maken met de geschiedenis van de technologische ontwikkeling. De collectie is samengesteld op basis van een onderlinge esthetische relatie. Ze zijn stille getuigen van een stille revolutie.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 Lees meer op www.tento.be

City Lights

Naast de permanente collectie mikt het MIMA op een tweetal tijdelijke tentoonstellingen per jaar. De openingstentoonstelling City Lights cureerden Cruyt en Van den Abeele zelf. Vijf street artists zakten uit Brooklyn naar Molenbeek af. Momo en Maya Hayuk maakten muurschilderingen in situ. Hayuk begon haar carrière als fotografe in de New Yorkse punkwereld in de jaren negentig, maar werd bekend door monumentale psychedelische schilderijen. Zo maakte ze in Charleroi in 2014 het imposante Asphalte. Momo creëert sobere abstracte muurkunst met zelfgemaakt gereedschap. Terwijl de kunstenaars in het MIMA aan het werk waren, werd de laatste hand gelegd aan de elektriciteit en belichting. Zo groeide hun werk mee met het museuminterieur. Swoon mengt tekeningen, drukwerk en sculpturen. In het MIMA bracht hij papieren werk naar eigen goeddunken aan, ook tussen de permanente collectie. Faile – het duo Patrick McNeil en Patrick Miller – werkte met grafische posters waarin ze postpunkesthetiek combineren met pulpbeelden. Net zoals vagebond Charlie Chaplin in de gelijknamige filmklassieker City Lights opbokste tegen een koude onpersoonlijke maatschappij, willen de kunstenaars met hun stadsprojecten empathie in het stedelijk weefsel integreren.