‘Krankzinnig en op de troon – 3 portretten van vorstelijke gekken’, in Eos Memo – nummer 15 – september 2015

001-001-Cover-v5-1515_0Onmetelijke rijkdom, ongebreidelde macht of door incest bezoedelde genen zorgden in de loop der tijden voor krankzinnige uitspattingen bij vorsten. De overleveringen moeten we soms wel met een korrel zout nemen. Geschiedschrijvers waren immers niet vies van overdrijvingen.

Johanna van Castillië, de Waanzinnige (1479-1555)

Door het huwelijk van Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragon verpersoonlijkte hun dochter een eengemaakt Spanje. Toch ging ze de geschiedenis in als Johanna de Waanzinnige. De spelbreker: liefde.

Johanna had als kind humeurige buien. Haar intelligentie, aantrekkelijk uiterlijk en werklust waren veelbelovend, maar ze had het verraderlijke bloed van oma Isabelle van Portugal in haar aderen. Die hoorde stemmen en wist niet meer wie ze was. Johanna stond als derde kind niet in lijn voor troonopvolging. Ze trouwde in 1496 met Filips de Schone in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Filips had een liederlijke reputatie, maar Johanna was dolverliefd. Het rokkenjagen van haar echtgenoot maakte de vrome vrouw al snel ziekelijk jaloers. Ze werd onevenwichtig en lichtgeraakt, wat zorgde voor hoog oplopende ruzies.

De dood van broer Johan en zus Isabella maakte Johanna onverwacht erfgename van het Spaanse wereldrijk. In 1501 reisde het paar naar Spanje. Door haar zwangerschap kon Johanna later niet met haar man terugreizen naar Vlaanderen. Toen Filips alleen vertrok, ging ze door het lint. Koningin Isabella liet Johanna opsluiten in kasteel La Mota. Het hof wijdde haar jaloezie aan zwangerschap, maar toen in maart 1503 Ferdinand ter wereld kwam, verergerde de toestand nog. Omdat Spanje en Frankrijk op vijandige voet stonden en Isabella haar opvolger niet wou verliezen, kon Johanna haar flirterige echtgenoot niet achterna. Jaloezie bracht haar op de rand van waanzin. Op een novembernacht in 1503 vluchtte ze het kasteel uit en sloeg tot bloedens toe tegen de stadspoorten. Haar moeder en de bisschop slingerde ze beledigingen naar het hoofd. In april 1504 kwam Johanna dan toch aan in Vlaanderen, en ging meteen in hongerstaking. In januari 1506 bestegen Filips en Johanna de troon. Voor Filips duurde het niet lang. Op 25 september stierf hij in Burgos, met zijn zwangere vrouw aan het ziekbed. De voortaan in zwart gehulde weduwe liet het gebalsemde lijk in een loden kist in haar slaapkamer plaatsen. Al snel verspreidde zich het gerucht dat ze elke ochtend de kist opende in de hoop Filips levend aan te treffen. Waar of niet, Johanna liet in elk geval vijf weken na de dood de kist openen. De koningin kuste passioneel Filips’ dode voeten en haar dienaren moesten haar wegslepen.

Op verplaatsing was het lijk vaste bagage. Ook na de dood vreesde ze Filips’ overspelige charme. Daarom verbleef ze met de rottende vorst enkel in mannenkloosters, ongeacht moeizame omwegen. Na vier maanden raakte haar echtgenoot in kwalijke staat van ontbinding. Uiteindelijk liet haar vader Ferdinand begraven. Zijn dochter sloot hij op in het kasteel van Tordesillas. Johanna bleef officieel koningin tot haar dood in 1555. Machtsgeile mannen als Ferdinand en haar zoon Karel V haalden voordeel – het Spaanse gezag – uit haar toestand. De vraag blijft dus of Johanna’s opsluiting het gevolg was van krankzinnigheid, of er politieke motieven meespeelden.

memo 15 vorstelijk waanzinnig_Pagina_1

Koning Karel VI van Frankrijk, de Waanzinnige (1368-1422)

Als zoon van Aristoteleskenner Karel de Wijze waren de verwachtingen voor kroonprins Karel hoog, maar hij kreeg een genetische tijdbom van moederskant mee. Grootvader Peter I van Bourbon had mentale dieptepunten en moeder Johanna kreeg in 1373 een zenuwinzinking. Karel VI werd koning op zijn twaalfde, midden in de Honderdjarige oorlog, met Filips de Stoute, Jan van Berry, Lodewijk I van Anjou en Lodewijk II van Bourbon als regenten. Hij huwde Isabella van Beieren in 1385, en trok vier jaar later de macht naar zich toe. Zijn ruimdenkende beleid stimuleerde de economie en bezorgde hem
de bijnaam ‘De Geliefde’.

Ziekte kelderde die reputatie in april 1392: zijn haar en nagels vielen uit en de aandoening tastte zijn brein aan. Datzelfde jaar pleegde aristocraat Pierre de Craon een moordpoging op Karels raadgever Olivier de Clisson. Furieus organiseerde de koning in juli 1392 een strafexpeditie, maar hij vertrok koortsig en sprak onsamenhangend. Op een warme dag reed hij met zijn ridders door het bos van Le Mans toen een haveloze man hem waarschuwde voor verraad. Een vermoeide schildknaap liet zijn lans vallen, waarop Karel schrok. Hij trok zijn zwaard, doodde vier van zijn ridders, verwondde zijn broer Lodewijk van Orléans, en zeeg neer. Pas na twee dagen coma kon de tweeënnegentigjarige geneesheer Guillaume de Harcigny de vorst oplappen.

Op 28 januari 1393 gaf Isabella een gemaskerd bal in Parijs. De koning en vier edellieden verkleedden zich met linnen doeken als wilden. Toen Lodewijk van Orléans met een fakkel dichterbij kwam, vatten de kostuums vuur. Drie kompanen van Lodewijk werden levend verbrand. De koning werd gered door de hertogin van Berry, maar dit ‘Bal des ardents’ kelderde zijn mentale stabiliteit. In 1395 beweerde Karel dat hij Sint-Joris was. In de hoop hem te redden pasten chirurgijns daarop de beproefde techniek van de schedelboring toe. Toen in 1397 zijn evenwicht opnieuw wankelde, liet Karel zijn wapens afnemen. Clerici concludeerden in 1398 dat de koning behekst was, maar ook duivelsuitdrijving hielp niet. Helder was hij lusteloos of euforisch. Op slechte momenten herkende hij zijn dochters en echtgenote nauwelijks. Dan rende hij door zijn vertrekken tot hij van uitputting neerviel. De zachtaardige koning ging geneesheren en meubilair te lijf. Paus Pius II schreef in zijn Commentaries dat de vorst geloofde dat hij van glas gemaakt was en kon breken. Daarom liet hij een beschermend pak uit ijzeren staven maken. Karel had glasdelusie: een melancholisch fenomeen dat welgestelde lui trof en opdook in de vijftiende eeuw. Miguel de Cervantes schreef in 1613 El licenciado Vidriera, over een depressieve advocaat met ‘glazen’ symptomen.

Na de zeventiende eeuw lijkt de aandoening verdwenen. Wel beschreef de Franse geleerde Raymond Foulché-Delbosc begin negentiende eeuw een geval in een Parijse instelling. Encefalitis of hersenontsteking zou de bizarre gedragsstoornissen verklaren. Een andere optie is het erfelijke porfyrie, wat kan leiden tot waanvoorstellingen. In 1405 weigerde Karel vijf maanden lang te baden of scheren. Door gebrekkige hygiëne kreeg hij schurft en
luizen. Zijn gewelddadige uitbarstingen beu, liet Isabella haar plaats in bed innemen door de dochter van de stalmeester. Zijn toestand maakte Frankrijk tot zijn dood een speelbal van de internationale politiek.

memo 15 vorstelijk waanzinnig_Pagina_2.jpg

Nebukadnezar II ‘de Os’ (632-562 v. Chr.)

De Babylonische heerser Nebukadnezar II verbaasde de antieke wereld met zijn hangende tuinen. Bij het Joodse volk staat hij echter niet bekend als bouwmeester van wereldwonderen, maar als grazende os.

Nebukadnezar regeerde over het Nieuw-Babylonische rijk van 605 tot 562 v. Chr. Hij was de oudste zoon van Nabopolassar, die Babylonië onafhankelijk maakte van de Assyriërs, en de provincies Aram en Fenicië annexeerde. Ook zoonlief leed aan expansiedrift, maar de Kanaänitische stammen kwamen in opstand. Nebukadnezar ging met rebellie om zoals het een despoot betaamt en sloeg ongenadig hard terug. In 586 v. Chr. viel Jeruzalem dan ook. Na zijn militaire campagnes vestigde hij zijn aandacht op Babylon. Hij ontpopte zich tot bouwheer: er verschenen aquaducten, tempels en de befaamde tuinen. Volgens de Babylonische priester Berossos, schrijver van ‘Geschiedenis van Babylon’, moesten die de heimwee van Nebukadnezars echtgenote Amyitis naar haar thuisland Medië temperen. Nebukadnezar liet ook de Ishtarpoort bouwen. Er zijn bewijzen voor zijn bouwwoede: 95% van alle ontdekte Babylonische ruïnes zijn gemaakt uit bakstenen met zijn naam.

Veel van wat we over Nebukadnezar weten, komt uit het Oude Testament. In het tweede jaar van zijn heerschappij droomde hij van een metershoog standbeeld van goud, zilver, brons, ijzer en klei. De profeet Daniël interpreteerde dit als metafoor voor de opmars en teloorgang van wereldlijke macht, met Nebukadnezar aan het hoofd. Ook droomde de koning over een reusachtige boom die werd omgehakt. Dit keer meende Daniël dat Jahweh hem met krankzinnigheid zou straffen om zijn trots. De heerser verloor inderdaad kort daarop zijn zinnen en geloofde dat hij een os was. Hij ging in onherbergzame streken leven, graasde op handen en voeten in de velden, liet zijn haren groeien en gebruikte zijn nagels als klauwen. De Babylonische vorst vervreemdde van de samenleving en herstelde pas na zeven ‘tijden’. Volgens kerkvader Hiëronymus leed hij aan hypochondrische waanzin en hield hij zichzelf een goddelijke straf voor. Minder religieuze auteurs vermoedden klinische lycantropie, waarbij de patiënt denkt dat hij in een dier verandert. De Duitse psycholoog Henry Gleitman opperde syfilis. Dit veroorzaakt dementie: antilichamen tasten de hersenen aan, met onder meer grootheidswaanzin tot gevolg. Joodse geschiedschrijvers hadden reden genoeg om hem als hoogmoedige gek te portretteren. Dat Babylonische geschiedschrijvers hierover zwijgen, wijten verdedigers van het Oude Testament aan schaamte. Er is weinig bekend over Nebukadnezar na zijn tiende regeringsjaar. Tussen 582 en 575 v. Chr. zijn geen vorstelijke besluiten bewaard. Het British Museum in Londen bezit wel een Babylonisch kleitablet dat het Bijbelverhaal kracht bijzet. Daarop klagen hooggeplaatsten het gedrag van de vorst aan bij zijn zoon Awil-Marduk: zijn bevelen spraken elkaar tegen en hij verwaarloosde zijn taak als religieuze leider. Waarschijnlijk boetseerden Joodse schrijvers, bewust of onbewust, uit verschillende heersers een symbolische vorst. Het gebruik van Aramees en Grieks situeert ‘Daniël’ lang na de feiten.

Verschillende historici menen dat de Bijbeltekst eigenlijk op de laatste Nieuw-Babylonische vorst Nabonidus slaat. Hij voerde religieuze hervormingen door en verbleef tien jaar in Tayma, voor stedelingen een wildernis. De Dode Zeerollen melden dat zijn zoon Belshazzar hem wegens waanvoorstellingen zeven jaar vervangen heeft. De Griekse
historicus Herodotos noemt in Historiën beide vorsten Labynetos. Mogelijk raakten de tradities door elkaar gemengd, en ontstond zo de bekendste Babylonische os.

Meer info? www.eoswetenschap.eu

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s