‘Erik Lindner – Naar Whitebridge’, op Extaze Literair Tijdschrift – mei 2015

extazebanner3

Erik Lindner, Naar Whitebridge

Amsterdam, 2013
(De Bezige Bij)

In ‘Naar Whitebridge’ vervoegt een jongen zijn moeder Elisabeth op het uitgestrekte landgoed van een Schotse graaf. Haar vriend is een van de pachters die de landerijen, tuinen en het wild beheren. De jongen leert proefondervindelijk de streek en bewoners kennen, wordt verliefd op het Loch dat hij per boot verkent, en voorzichtig ook op meisjes in de buurt. Zijn manisch depressieve moeder bemoeilijkt die ontdekkingstocht. Onschuldig op zNaar Whitebridgeoek naar zijn plaats in een nieuwe wereld, krijgt hij grotere verantwoordelijkheid dan goed is voor zijn leeftijd. ‘Ik vraag me af of de meisjes iets van de stilte van Elisabeth gemerkt hebben’. Met die eenvoudige frase raakt Lindner de verborgen aard van depressie voor de buitenwereld aan. Hij legt het manische er niet vingerdik op, maar als de laag nevel op de Schotse meren, is ook de ziekte indringend aanwezig. De toestand van moeder blijkt uit haar flagrante afwezigheid in haar zoons leven, zowel fysiek als mentaal.

125 x 200 WTDe uitgesponnen verkenningen van het Schotse Hoogland en Loch Ness zijn intrigerend, maar het sfeervolle taalgebruik voelt tegelijk gezwollen. De jonge protagonist moet heel bijdehand zijn om zo’n oog voor detail te hebben. De nieuwsgierigheid die uit beschrijvingen blijkt is wel die van een tienjarige. Ook zijn enthousiaste met fantasie doorspekte observaties lezen authentiek. Ver van de maatschappij en modale leeftijdsgenoten slingert hij tussen volwassenheid en kindertijd. Naast zorg voor Elisabeth, speelt ontluikende seksualiteit hem parten. In een gesloten gemeenschap als het grafelijk domein, is ruimte voor ontplooiing beperkt.

Lindner vertelt met korte afgemeten zinnen die uitweiding mijden en accuraat het landschap schilderen. Zijn beschrijvingen zijn helder en brengen een archaïsche, afgelegen wereld tot leven. Dit is een boek waar taal spiegel is van de omgeving, door iemand die in vorig werk een eigen stem vond. Lindner is een poëzieschrijver, met bundels als ‘Tamontane’, ‘Tong en treden’, ‘Tafel’ en ‘Terrein’. Dat verleden belemmert hem een geloofwaardig minderjarig prozapersonage neer te pennen. De ik-persoon is te veel poëet en te weinig kind. Dat maakt de zinsbouw onnatuurlijk, ondanks het gepuurde taalgebruik. De taal is te beredeneerd voor een opgroeiende knaap. Spontaniteit of tongval ontbreken. Evenwicht tussen inleving in zijn personage en lyrische beschrijvingen zou het leestempo goed doen.

De Schotse dagen van de jongen blijven boeien, mits je daarvoor concentratie kunt blijven opbrengen. Tegelijk creëert Lindner een mysterieuze sfeer. Het hoofdpersonage doorspekt zijn observaties met fantasie en een romantisch idee van adel en plattelandsleven. Het verhaal licht de sluier nooit helemaal op. Lindner maakt de grens tussen fabuleren – een term die hij graag gebruikt – en de werkelijkheid flinterdun. Even word je in de fantasiewereld van de jongen meegezogen. ‘Naar Whitebridge’ zal niet overweldigen, maar spreidt na wat doorbijten toch zijn Schotse nevels uit. Voor een boek dat sfeerschepping boven alles plaatst, is dit geen slecht resultaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s