Recensie ‘Voorbij het licht’ door Cor Gout in Extaze literair tijdschrift

174329371‘Voorbij het licht’ is nog steeds te koop via Standaard Boekhandel, en in de boekhandel (Gentenaars: Boekhandel Limerick), of via een mailtje naar info@jonasbruyneel.be! Extaze literair tijdschrift schreef het volgende:

 
 
 
 
 
 

‘Voorbij het licht’ kun je opvatten als: wat het licht niet vangt, wat in het donker blijft, niet waarneembaar is, onzichtbaar. De verhalen in Bruyneel’s bundel gaan over verdwijnen, verloren gaan, oplossen in het niets, onzichtbaar worden. Dit wegvloeien uit de realiteit gebeurt niet alleen in de inhoud van de verhalen, ook in de vorm. Het plot verdikt zich niet, maar verdunt zich en lost op in het niets. Maar niet met verlies aan spanning.

In het titelverhaal is het niet alleen de hoofdpersoon Wojtyla die verdwijnt. Met hem gaat de onschuld van een Poolse plattelandsgemeenschap verloren. Wojtyla houdt van Agnieszka, de zuster van zijn beste vriend. Beiden houden van het licht, samen proberen ze haar kleurenspel aan te raken. Een buurman, Nelek, komt terug uit Duitsland, waar hij als seizoenarbeider heeft gewerkt. Met zich mee nam hij de Führerverering en de jodenhaat. In diezelfde tijd wordt een student psychologie, een jonge sefardische jood, uitgenodigd voor het kerstmaal van Wojtyla’s familie. Agnieszka raakt gecharmeerd van Leibovitz, zoals de reiziger heet, er ontstaat een hechte vriendschap. Het wordt zomer, het jaar is 1936. Agnietszka, inmiddels getrouwd met Leibovitz, is zwanger geraakt en zal in het kraambed sterven van haar doodgeboren kind. Opgehitst door Nelek en verhit door overmatig whiskeygebruik, doodt Wojtyla Leibovitz met een steen. Het dorp moet hem straffen, zo wil daar de ongeschreven wet, maar Wojtyla’s vader vraagt om clementie, om een inbreuk op de wet. Zijn zoon zal het dorp verlaten en nooit meer terugkomen.

Of de hoofdpersonages in Herinneringen uit Neuschwabenland in het niets verdwijnen blijft onzeker. Dat de maatschappij waarin ze zijn opgegroeid en opgevoed volledig uitgewist zal worden is wel zeker. Neuschwabenland, een onderzeese, grote, modern uitgeruste bunker dicht bij de zuidpunt van Argentinië, onder de Antarctische bodem, werd na de ontmanteling van het Duitse leger in 1945 gebouwd en ingericht om de proefnemingen die in het Derde Rijk hadden plaatsgevonden veilig te stellen. Denk daarbij aan het ontwikkelen van nieuwe brandstoffen, het zoeken naar manieren om voedsel resistent te maken, het voortbrengen van sterkere mensen en het ontwikkelen van een Wunderwaffe.

De schrijver ontleent zijn kennis van deze zaken aan het verslag van een jongen, dat hij aantrof in de Nationale Bibliotheek van Buenos Aires.
Wat hij leest is verbijsterend. De perfecte organisatie van de ‘voorpost van het Vierde Rijk’, die Neuschwabenland was bedoeld te zijn, gaat wankelen wanneer de bevoorrading van voedsel en brandstof – via ondergrondse rivieren– uitblijft. De rantsoenen slinken, de dieselgeneratoren werken nog op halve kracht. Die toestand verslechtert. Er zijn geruchten over doden, over kannibalisme. De vader van de jongen sterft en kort daarna zijn moeder. Zijn zusje Eva is sterk en wil, net als haar broer, leven. Maar hoe kan dat in een wereld die verloedert, ten onder gaat en verdwijnt? Is ontsnapping mogelijk?

Het duidelijkst is de thematiek van het ‘opgaan in het niets’ in De Mattheuspassie, waarin Matheo, een van de dertig koorknapen van l’Escolania de Montserrat in Catalonië, op een mistige dag zijn castratenstem verliest. De stem in mist opgegaan? Het beeld wordt niet voor niets geschetst.
De volgende dag, wanneer de kloosterschool in nevelen is gehuld, ziet Matheo, bij het omslaan van bladen in een boek, dat de duim van zijn linkerhand verdwenen is, of in ieder geval onzichtbaar. In de loop der dagen gebeurt hetzelfde met zijn gehele linkerhand, zijn linkerarm, zijn knieën, zijn benen tot aan zijn navel en uiteindelijk met zijn hele lichaam.
Zolang hij zijn onzichtbare ledematen nog kan bedekken bestudeert hij boeken en incunabelen in de bibliotheken van de kloosters waar het knapenkoor tijdens zijn reizen wordt ondergebracht. Biologische en geneeskundige boeken bieden geen verklaringen. Dan, in het klooster van Sint-Stephanus in Gent, krijgt hij een incunabel uit 1640 met commentaren van Franciscus Silvius op het werk van Thomas van Acquino onder ogen. Niet de inhoud van het boek zet hem op het spoor, maar het genre ervan, het commentaar. Ook Thomas, de grote meester, had commentaar nodig. Nu beseft hij waardoor hij verdwijnt. Als zanger besta je enkel bij de gratie van het publiek. Door zijn stem te verliezen verzaakt hij zijn goddelijke plicht en ontneemt hij zichzelf het recht op leven. Zonder publiek houdt de zanger op te bestaan.

(cg)

Volg ‘Voorbij het licht’ op Facebook.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s