‘Bloemperken en vijvers, een verborgen geschiedenis’, in Ex Situ – nummer 6 – oktober 2014

LogoExsitu2Onder het lappendeken van akkers, groen en beton, ligt een onontgonnen wereld van oude tuinen en parken. Zowel publiek als privaat waren ze belangrijke elementen in de samenleving. Om die rij­ke geschiedenis niet verloren te laten gaan, werpt Geert Vynckier zich op als een pionier van de tuin­archeologie in Vlaanderen. Ex situ spitte het ver­der uit.

Tuinhistorisch onderzoek blijft vaak beperkt tot teksten en afbeeldingen, maar die tonen slechts een deel van de werkelijkheid. Oude bestellingen van plantgoed vertellen veel, maar  wat effectief werd aangeplant is een andere vraag. De bodem biedt een realistischer beeld. Tuinar­cheologie is in Vlaanderen nog vrij onbekend. Om daar verandering in te brengen, publiceerde Vynckier – samen met andere experts – een artikel in het vaktijdschrift Relicta. “Dat betekende een kleine doorbraak in Vlaanderen”, vertelt  Vynckier. “Aan de Universiteit van Namen zijn ze wel al met tuinarcheologie bezig. Het komt dan ook stilaan op in West-Europa. In Engeland en Frankrijk zijn ze al jaren bezig, Nederland en Duitsland  volgen.” Vynckier rol­de er per toeval in. “Een collega deed historisch onderzoek in Alden Biesen op basis van een oud tuinplan. Hij zocht sporen van de oorspronkelijke Engelse tuin. Ik raakte daar overtuigd van de waarde van tuinarcheologie.”

DE TUIN ALS SPIEGEL VOOR DE MAATSCHAPPIJ

“Een tuin is opgebouwd uit lagen. Door die te ontleden kunnen we de bedoeling van eigenaars en ontwerpers ach­terhalen.” getuigt Vynckier. Waterbeheer, aanplanting van bomen en parkaanleg hadden niet enkel sierwaarde, maar ook een sociale en economische betekenis. “Elk deel van een kasteeltuin had een reden, zeker als statussym­bool. Bewoners leefden van hun tuin, kweekten er groen­ten en fruit.” Ook economische achteruitgang herken je. Vynckier vertelt: “In Engeland maakte ik een opgraving mee in Stadhampton. De tuinplannen waren er maar zijn nooit volledig uitgevoerd. Wellicht door slechte politieke keuzes. Je kan uit een tuin die sociale geschiedenis halen.

Privétuinen reflecteren de geschiedenis van families, stadsparken die van de samenleving. Waar in de 18de eeuw de burgerij flaneerde, was het honderd jaar later een publieke ruimte voor alle klassen. “Veel parken hadden paden door een kunstmatig bos” weet hij. “Dat escapisme in de natuur was belangrijk. Mensen konden niet gaan wandelen in de Ardennen, maar wel dicht bij huis.

TUINARCHEOLOGIE ALS HISTORISCH BEWIJS

“De archeologische reflex moet een automatisme worden als onderzoekers met tuinen bezig zijn”, zegt Vynckier. “Door archeologie te betrekken, kunnen we historische zichten, plannen, rekeningen en getuigenissen controleren.” Op luchtfoto’s en met behulp van LiDAR-gegevens (een techniek waarbij door middel van lichtweerkaatsing de afstand tussen de lichtbron en een object  wordt ge­meten) herkennen archeologen verschillen in het reliëf aan de hand van schaduwen of oppervlaktewater dat blijft staan. “Verloren kiezelpaadjes, dreven en doodlopende  toegangswegen blijken plots deel van een tuin ontwerp. In vogelperspectief kan de verkleuring van gewassen op een verdwenen landschapselement wijzen”, legt Vynckier uit.

“Prospectie is essentieel”, vult hij aan. “Je moet het veld in. Terrassen, aarden wallen, rotswanden, holtes en greppels verbergen vaak vroegere tuinen. Onder grasvelden of verlaten koetswegen blijft het historische ontwerp bewaard.” Dat combineren tuinarcheologen met het registreren van historische bomen, dendrochronologie en geofysische technieken. “Weerstandsmeting spoort res­ten met grote weerstand op, zoals metselwerk of paden. Een lage weerstand betekent een vochtige bodem. Mag­netometrie meet dan weer magnetische eigenschappen. Zo ontdek je ijzerhoudende materialen, van oude pergolapalen tot ijzerrijke bemesting.”

“Opgraven is noodzakelijk om ontwikkelingen, con­structiemateriaal en de graad  van bewaring te bestuderen. In oud vijverslib vind je sporen van planten. Zaden, stuifmeel, bladeren, tot zelfs schelpeldieren en insecten, vertellen iets over de tuin. Die kennis komt conservatie en ac­curate reconstructies ten goede. Aangezien plantenzaden zich verspreiden over bloembedden blijft de specifieke groeiplaats wel giswerk.”

EEN  MINERVATEMPEL EN  EEN CHINEES PAVILJOEN

De opgraving in de Neue Garten in Alden Biesen was de eerste waar Vynckier bij betrokken was. Ghislain-Joseph Henry ontwierp tussen februari 1786 en juni 1787 de Engelse tuin op de noordelijke helling van de Vliegen- of Winterberg. Tijdens de Franse Revolutie werd het domein geconfisqueerd. Door financiële problemen werd de tuin verwaar­loosd en veranderde het in een Haspengouws parkbos.

De archeologen legden via veldwerk het traject van de vroegere tuinpaden vast en groeven met de hand veertig sleuven. De breedte en diepte van de paden onder het grondniveau leverde een relatieve chronologie. De vroegste oprijlaan overleefde in de westelijke helft van de tuin. De zuidelijke poort en enkele muren stammen uit diezelfde periode. De oprijlanen waren recht, behalve een met haagbeuk afgeboorde laan rond de keukentuin. Dat komt overeen met plannen uit de 18de eeuw. Een pad in het oosten en één in het zuidoosten bevestigen een afbeelding uit 1873.

Opvallend is een bewaarde Minervatempel. ”Die stond vol­gens bronnen op een eiland. Onze opgravingen bewijzen echter dat de rivier werd gedempt wegens stabiliteitsproblemen. Er was ook een Chinees paviljoen dat nooit is opgegraven”, weet Vynckier.”Het is aan de Vlaamse overheid, die eigenaar is, om te bekijken hoe het verder moet. We moeten meer opmeten, vooral de waterelementen en ruïnes lijken interessant.”

SOMS ZIJN WIJ DE ARCHIEVEN VOOR

Zijn ervaring in Alden Biesen bracht Vynckier bij de Plan­tin-Moretustuin in Antwerpen. Christoffel Plantin stichtte de Officina Plantiniana in 1555. De nazaten veranderden het complex in een stadspaleis in Vlaamse renaissancestijl rond een binnenhof. In de familiearchieven vonden onderzoekers een tuintekening uit het tweede kwart van de 17de eeuw. In 2005 wou het museum aan de hand daarvan de tuin reconstrueren en gingen ze op zoek naar overblijfselen van die tuin in de bodem.

Uit proefboringen in 2006 bleken tot twee meter onder het tuinniveau sporen van menselijke activiteit aanwezig. De opgravingen begonnen in juni 2008. De opvallendste vondst was een werkend drainagesysteem dat uitmondde in een centrale collector. Dat drainagesysteem stamt wellicht uit uit ar­chieven gekende l8de-eeuwse aanpassingen om overstromingsproblemen aan te pakken. Die aanpassingen ver­nietigden waarschijnlijk de oorspronkelijke l7de-eeuwse tuin. De reconstructie van deze renaissancetuin ging uiteindelijk niet door. “Het onderzoek was heel beperkt”, legt Vynckier uit. “Het museum was open voor bezoekers en we konden de grond niet afvoeren. Wel bevestigden we de ophoging van de tuin. Het is een wisselwerk ing tussen disciplines; soms zijn wij de archieven voor, soms de bronnen ons.”

EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GESCHIEDENIS

Als je op kaarten van Ferraris hoeves en kastelen bekijkt dan zie je verdwenen boomgaarden, ingerichte tuinen en omwallingen. Vynckier roept dan ook op: “Als je een ge­ bouw inventariseert, doe dit dan meteen voor het hele domein. Dat gebeurt al bij Romeinse villa’s, waarom dan niet bij  recentere gebouwen? Dat gaat van ondiepe paadjes, watervalletjes en omgelegde rivieren tot ont­bossing om nieuwe parkbomen te plaatsen met een betere kleurencombinatie in de herfst.”

Geert Vynckier vil dat tuinarcheologie een vanzelfspre­kendheid wordt. Het verdrag van Malta verplicht arche­logisch   onderzoek enkel  bij  bedreiging en tuinen beschouwt men vaak niet als direct bedreigd. “Een land­schap verandert We moeten ervoor zorgen dat oude spo­ren niet verdwijnen en ze registreren. Reconstructie hoeft niet noodzakelijk. want naar welke fase moet je dan teruggaan?” Vynckier heeft er een goed oog op. “Ik merk een groeiende interesse voor tuinen. Onroerend erfgoed is alomvattend. Ook tuinen horen daarbij, net als skeletten, aardewerk, dorpen en stadskernen. Tuinarcheologie toont wat de mens deed met het landschap.”

Jonas Bruyneel en Geert Vynckier

meer info op www.exsitu.be

00010 Ex Situ - Tuinarcheologie 00010 Ex Situ - Tuinarcheologie2 00010 Ex Situ - Tuinarcheologie3 00010 Ex Situ - Tuinarcheologie4

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s