‘Lucifer – Meesterlijke vormcinema’, op www.cuttingedge.be – 24/10/2014

14-1058_gallery_4

 

 

 

 

 

 

Een groot kunstenaar vindt zichzelf  steeds opnieuw uit, is de stelregel. Gust Van Den Berghe bewijst in zijn derde langspeler dat het nog verder kan. In ‘Lucifer’ gaat hij experimenteren met zijn medium zelf: film. Niet te verwonderen: de eigengereide regisseur liet al ontvallen dat hij de geschiedenis van de film zo weinig mogelijk laat doordringen in zijn werk. Hij kijkt vooral naar de begindagen van het medium, waar film nog experiment op zich was en dus, meer dan met verhaal, met het vormelijke kon gespeeld worden. Of die inhoud moet hand in hand gaan met de vorm.

Lucifer is de afsluiting van zijn drieluik, dat begon met zijn eindwerk aan filmschool RITS ‘En waar de sterre bleef stille staan’, gebaseerd op werk van Felix Timmermans. De regisseur vervolgde zijn triptiek met ‘Blue Bird’, een interpretatie van Maurice Maeterlinck waarin jonge Afrikaanse acteurs door een blauwe kleurenfilter gehaald werden. Nu sluit hij het rijtje opgerakelde auteurs af met Joost Van Den Vondel. Van Den Berghe verfilmt nooit het verhaal van de schrijver. Het gaat om het idee, dat hij een nieuwe vorm geeft. Creativiteit, daar gaat het bij de jonge regisseur om. Hij is nooit een verhalenverteller, maar een vertaler op zoek naar een nieuwe vormentaal.

In ‘Lucifer’ komt de gevallen engel op zijn afdaling van hemel naar hel nog even langs in een Mexicaans dorpje. De dorpspastoor heeft net het ambitieuze plan de oude kerk te herbouwen tot een luispreker naar God. In de hoop eens een echte engel te zien vangt de bevolking Lucifer met veel enthousiasme op. De gevallen engel beleeft wat plezier met de dorpelingen, creëert de nodige chaos, laat een bezwangerde Maria achter en zet zijn tocht verder.

De acteurs lijken lokale bevolking die met de passie van dorpstheater tekst declameert. Van Den Berghe slaagde er in karakterkoppen bijeen te zamelen die nog het best vergelijkbaar zijn met werk van Hieronymus Bosch of Brueghel de oudere. Ook de vorm van de film, gefilmd met de gloednieuwe tondoscooptechniek, versterkt die analogie met de Vlaamse Primitieven. De tondoscoop werd ontwikkeld door DOP’er Hans Bruch Jr. en de Vrije Universiteit Brussel. De Renaissancemuziek, de muziek die de conquistadores meebrachten bij hun verovering van het Zuid-Amerikaanse vasteland, duelleert mooi met de opwindende volksmuziek. Van Den Berghe verlaat dan wel de filmgeschiedenis, de kunstgeschiedenis beheerst ongetwijfeld zijn kwast als hij een film als dit schildert.

De overgang tussen de ronde vorm van de film naar een normale breedbeeld, lijkt meer symbolisch dan stilistisch. Het is alsof oogkleppen afvallen en je als kijker eindelijk het volledige plaatje ziet. Een verwijzing naar de naïviteit van de traditionele Christelijke maatschappij, of het openen van de ogen als een engel toch geen engel blijkt? ‘Lucifer’ werpt vragen op, maar is vooral meesterlijke cinema. Dit is ervaringscinema die ons meesleept in verwondering. De beelden zijn fascinerend en begeesterd. Niet door een verhaal, maar door het medium op zich. Zelden is film een zo op zich staande kunstvorm, die enkel door een geniaal regisseur kan gemaakt worden en niet door elke goede schrijver.

CuttingEdge_thmb

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s