De transformatie der overmoedigen (gepubliceerd in ‘De langste nacht van het kortverhaal’, Turnhout, 2013)

De bebaarde zachtaardige, pacificator der gevleugelde steden, vecht die dag voor zijn leven. Hij is vlees noch vis, doch doorzwemt keurig uitgedost het kristalheldere bergwater. Maar dat is een compleet ander verhaal.

De zachtaardige was een profeet. Dat wou zeggen, hij beleed datgene wat hijzelf niet bolwerkte en maakte hier aldus zijn modus vivendi van. Was hij bakker geweest, zijn levenswandel had er geheel anders uit gezien. Zijn aangezicht zou minder gegroefd zijn en zijn baardharen minder verward. Hij was de profeet voor de godheden Ichmael eb Alah en Jeheva, de nocturne zwijger. Op zich was hij een uitzondering, een polytheïst in een wereld van monotheïsten. De profeet leefde in het hooggebergte, in het donkere hart van de heldere Oriënt. Hij voedde zich met bidsprinkhanen, die uitzonderlijke species die enkel in deze onherbergzame streken een voldoende grootte aanmat. Het water van het bergmeer vervolledigde zijn dieet, helder als de negen kralen die de melkwitte hals sieren van de onsterfelijke Fahwa, echtgenote van Jeheva, de zwijger. Zij was god noch mens, bekroond met een schoonheid die de vijf aardse broeders tot tranen bewoog, werkelijk, in het zesde regeringsjaar van Hassan i Sabbah, oude bergman en assasijn der assasijnen. De profeet leefde in het hooggebergte, op veilige afstand van het kalifatische gezag te Khorasan, waar men zijn aanwezigheid oogluikend duldde, zolang hij zijn blik laag hield en zij hem niet betrapten vanuit de ooghoek wulpse boezems der dadelverkoopsters te beminnen.

Anders reageerden de Koptische handelsreizigers. Deze honden, volgelingen van Johannes Marcus, voor wie God goedgunstig geweest was, beschimpten hem, bespuwden zijn aangezicht en vertrappelden zijn woonst onder de hoeven van hun hengsten.  Hij hield van de kleinzonen van Aboe Bakr, kaliefenkinderen met god en gebod, rechtstreekse afstammelingen van de bergbeklimmer. Hun vrouwen liepen gesluierd, doch hun amandelvormige diepliggende ogen waren inktzwart en bespeelden zijn lid godsvruchtig en geducht onder de bescherming van de nacht. De profeet was enig in zijn soort. Hij werd geboren tijdens een lang vergeten zandstorm, onder de beschermende vleugels van het sterrenbeeld erudanus, tijdens de verzengende hitte van het zomerjaar 342, althans wanneer men de tijdrekening van het woestijnvolk volgde, hun poriën van zuurstof afgesloten door het alomtegenwoordige zand. Ichmael eb Alah verscheen aan hem op zijn zestiende, en Jeheva volgde al snel. Deze openbaarde zich vurig, parend met de steevast opgewonden Fahwa, botergeile dochter van mens noch god. Een enkele droom kan echter niet de waarheid verwoorden. Slechts meerdere dromen zijn haar waarlijke dienstmaagd. Dit visioen had zijn manzijn een duister jaar lang verstoord, en op het einde van dat jaar verliet hij de duisternis en vatte zijn prediking aan.

Nu, vlees noch vis, waadt de profeet door het kristalheldere bergwater. Verstoten door diegenen wier dienaar hij vanouds was, vult het water zijn longen. Zij veranderen meteen in kieuwen, en badend wervelt hij verder, als gegrepen door de kolkende onmacht.

LEES MEER

De langste nacht van het kortverhaal

De langste nacht van het kortverhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s