Voorbij het licht (gepubliceerd in Plebs literair tijdschrift, zevende jaargang, nummer 3, najaar 2012, p.3-23.)

Wojtyła de Hun werd gezegend met de naam van twee grootheden. De ene raakte bekend als de gesel Gods, de andere zou later benoemd worden als de gezel Gods. Hijzelf kende echter geen bekendheid. Zijn geboortedag was diezelfde als van die andere Wojtyła, de achttiende mei van het jaar negentienhonderd twintig. Wojtyła krijste luidkeels bij het zien van zijn eerste levenslicht. De gebogen vroedvrouw van Trzebiszyn beschreef zijn gekrijs als de schreeuw van de baardige duivel, waarop zijn moeder een kruisteken opwaarts richtte en zijn grootmoeder snel de keuken inliep op zoek naar de gezinsvoorraad wijwater. Hadden ze er geen meer gehad, dan had hen dit een volledige dagreis gekost met de paardenkar van buur Nelek, die pruimende godslasteraar. Gelukkig bezaten ze nog een bodempje van de gewijde vloeistof, en hiermee werd dan ook de jonge Wojtyła besprenkeld.

Even een woord over buur Nelek. Hoewel hij God noch gebod kende en te pas en te onpas de zwarte pruimtabak spuwde, zelfs binnenshuis, was hij een goed man. Hij woonde reeds tientallen jaren alleen, nadat hij zijn knecht betrapte met de broek op de enkels en zijn echtgenote vastgekluisterd aan zijn lid. Geheel Trzebiszyn was aanwezig op zijn openbare vernedering, en men had gelachen met de toepasbaarheid van zijn naam. Nelek betekent namelijk zoveel als ‘als een horen’, en zelfs die vervloekte Engelsen wisten waar een hoorndrager voor stond. Een cuckold, zo noemden zij dat ook. Nelek had het niet op met de Engelsen, maar dat is een ander verhaal, hierop wordt nog teruggekomen. Nelek had vervolgens zijn bezittingen, samen met zijn sociale waardigheid, grotendeels verloren aan de familie Sokolnicki, de familie van zijn vrouw. Zij was daarop uit het dorp vertrokken en men zag haar slechts eenmaal terug. Toen droeg ze een brede hoed en een jurk die in verschillende lagen over elkaar bolde. De vrouwen van het dorp hadden haar wantrouwig bekeken en de eerder vermelde vroedvrouw had haar een schunnig woord toegeworpen, de Heer vergeve haar ziel. Sindsdien had zij het dorp niet meer betreden, en hoorde men enkel over haar wedervaren via de jaarlijkse kerstkaart naar haar zus, de vrouw van Ilitj de tonnenmaker. Nelek was hierop beginnen vloeken, een vervelende gewoonte die hij eerder niet praktiseerde, doch nu als een volwaardige zoutwinner beheerste.

Grootmoeder diende echter geen beroep te doen op Nelek, en zij beklaagde zich dit niet. Na de kleine Wojtyła besprenkeld te hebben nam ze haar tanden uit en plaatste die in een mok op het aanrecht. Hierop ging ze terug zitten in haar schommelstoel en zweeg. In het hele huis was geen man te bekennen. Przemyslaw, de vader des huizes, was vier maanden voor de geboorte van zijn eerstgeborene bij brief opgeroepen om de Tweede Poolse Republiek te dienen in het gewapend conflict tegen de Russen. Przemyslaw hield niet van de gedachte. De wereldoorlog had het dorp reeds van hun oudste zonen beroofd en deze volgende strijd  leek hem een verloren zaak die hemzelf en het dorp niets kon bijbrengen. Hij spuwde op de grond bij het verlaten van zijn woning, en bestempelde maarschalk Jozef Pilsudski als świnia parszywy, schurftig zwijn. Zijn zware lederen laarzen lieten een diep spoor na in de sneeuw – het sneeuwde reeds meerdere weken. Nelek wuifde in de richting van zijn buurman ter afscheid, en met ruwe knapzak op de rug verdween de breedgeschouderde man uit het gezichtsveld van zijn schreiende echtgenote. Dit alles gebeurde echter vier maanden eerder, en de kleine Wojtyła was op dat moment nog niet aanwezig.

Terwijl Wojtyła krijste bij het aanschouwen van het eerste daglicht, wapende de  Miedzymorze zich tegen het rode gevaar. Przemyslaw was starszy sierżant van de zevende pantsercavaleriebrigade, en was in die functie tweemaal onderscheiden in de grote oorlog. De eerste maal werd hij vereerd met de Order Wojskowy Virtuti Militari, de hoogste militaire verdienste die de Poolse legerleiding zijn gedienden toekende. De tweede maal hield de verdienste heel wat minder in. Przemyslaw praatte zelden over deze onderscheidingen. Hij praatte in het algemeen bitter weinig. Zijn manschappen respecteerden hem als man van weinig woorden. Zij deelden zijn haat tegen de rooien en Lenin met zijn baard als een geit. Op de geboortedag van Wojtyła waren ze echter allen reeds langer dan een jaar in dienst, en dit slechts een jaar na het eindigen van de Grote Oorlog. De mannen morden. Meer zelfs, de starszy sierzant morde duchtig mee. Het gebrek aan voedsel en slaap had hen uitgeput. Hierbij leek hun inspanning na zeven jaar nog steeds nutteloos, en geen van hen had het verlangen nu nog zijn leven te geven voor het zo geliefde vaderland. Jozef Pilsudski werd het slachtoffer van wrede opmerkingen, meer nog dan hun tegenstander aan het hoofd van zijn Rode Leger. Zijn plan om Polen als bastion tegen de vervloekte Duitsers en de bezweerde Russen te stationeren belemmerde de heropbouw van het familieleven. Ondertussen waren die Sovjetzwijnen zo ver opgerukt in het bedoelde bastion, dat Warschaw voor het grijpen lag en weldra het westen het bolsjewistische juk zou voelen. In de derde levensmaand van de kleine Wojtyła keerde het tij echter en leidde de beproefde maarschalk in levende lijve het Poolse leger naar de overwinning in de slag bij Warschaw. Niech żyje Polska i marszałka Pilsudski! Lang leve Polen en maarschalk Pilsudski! Op die manier geschiedde het dat op achttien maart negentieneenentwintig de vrede van Riga werd getekend en starszy sierżant Przemyslaw op tijd thuis was voor de eerste verjaardag van zijn jongstgeborene.

LEES MEER

Cover PLEBS

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s